Selecteer een pagina

Het succes van PO-in-Actie schetste het tekort van de traditionele vakbonden. De AOb en CNV Onderwijs waren het contact met de gewone docent kwijt. Polderinstituten, die slappe compromissen met de overheid sloten waar niemand iets aan had. 

De Onderwijscoöperatie, zelfde verhaal. Bestuurd door diezelfde vakbonden. AOb en CNV Onderwijs. Ze maakten er een potje van.

Als de AOb de fout in gaat krijgen ze als eerste kritiek. Omdat iedereen er nog enige hoop voor koestert. Voor CNV Onderwijs kennelijk niet. Wie na dit alles daar nog steeds lid van is zal überhaupt geen liefde voor het onderwijs hebben, en nooit krijgen ook.

Maar over één vakbond hoor je nooit iets, de federatie van onderwijsvakorganisaties. Zij zijn ook zo’nvakbond. En zij waren ook verantwoordelijk voor het fiasco Onderwijscoöperatie. Maar ze blijven stelselmatig onder de radar. Toen ik begon dit te schrijven vanochtend hadden ze op Twitter 216 volgers. 216! Op het oog zeg je: die doen er niet toe. 

Maar zij tekenden afgelopen vrijdag ook ‘het’ akkoord. En hoogstwaarschijnlijk deed Jilles Veenstra, als voorzitter van FVOV, dat ook namens jou. 

Ingewikkeld

In de media lees je nooit iets over de Fvov. In de vier jaar dat ik columnist bij Trouw was ben ik over het onderwerp nooit begonnen: te ingewikkeld om binnen 400–en–nog–wat woorden fatsoenlijk uit te leggen. 

Onderwijsbond Fvov telt volgens hun site 34.000 leden. Maar waar komen al die leden vandaan? Van vakorganisaties. Als u bijv. Nederlands geeft, of wiskunde, of biologie, of natuurkunde, of scheikunde, of gym, of muziek, of iets met kunst en cultuur, en lid bent van de vakvereniging dan bent u ook –stilzwijgend– lid van de Fvov. En om het nog ingewikkelder te maken behartigt Fvov ook de belangen van de leden van begeleiders in het onderwijs, ‘personeel in de beroepskolom’, logopodisten en foniatristen, en de mini-vakbond voor OP en OOP NVOP.

Dit stilzwijgend lidmaatschap wordt nergens groot geadverteerd. Als een wiskundedocent zich bijvoorbeeld inschrijft voor de NVVW staat er bij het inschrijfformulier nergens dat hij of zij ook meteen lid wordt van de Fvov. Het is geen keuze die je kunt aanvinken of afvinken. Pas als je de website wat nader bestudeert kom je er ook achter dat de NVVW sinds 2007 aangesloten is bij de Fvov, en alle leden dus ook.

A screenshot of a cell phone

Description automatically generated

Dit heeft natuurlijk alles met geld te maken. Ten eerste levert dit de leden iets op. De contributie van je lidmaatschap aan een vakvereniging krijg je niet terug van de belasting. Maar de vakbondscontributie wél. Dat levert toch een besparing van minimaal 35% op. 

Daarnaast ontvangen vakbonden ook geld, bijvoorbeeld voor het tekenen van akkoorden, die dan – naar verluidt – dan weer deels terugvloeien naar de vereniging. Dubbel winst. 

Probleem #1 Welk belang vertegenwoordigt de Fvov nu eigenlijk?

Deze getrapte vertegenwoordiging vind ik om heel veel redenen problematisch.

 In het boek De Sluipende Crisis dat in 2018 uitkwam (hier gratis te downloaden) stond ik stil het veelvuldige falen van onderwijsbeleid. Een van de punten was de grote kloof tussen politiek en het bestuurlijk middenveld aan de ene kant, en scholen aan de andere kant. Convenanten, akkoorden en compromissen zijn de logica aan de ene kant, maar inhoudelijke (wetenschappelijke) kennis en wat er daadwerkelijk in scholen verandert kent daarin geen plek. Sterker nog: regelmatig wordt er selectief geshopt in data om het succes van de gesloten akkoorden aan te tonen. De politiek kan zich dan op de borst kloppen over bereikte successen, maar in de praktijk is er dan nagenoeg niks veranderd.

Wat PO-in-Actie sterk liet zien is dat in al dit gepolder de praktijk uit het oog verloren was. Aan al die onderhandelingstafels was niemand in de twintig jaar daarvoor op het idee gekomen om eens te onderzoek of de loonkloof tussen PO en VO eigenlijk wel gerechtvaardigd was (en dat bleek dus ook niet zo te zijn). En aan de leden werd zelden iets voorgelegd. Als de heren van PO-in-Actie spraken dan wist je dat ze spraken namens de 44.000 leden van de Facebookgroep, en bij traditionele vakbonden moet je maar gissen.

Dat probleem speelt ook bij Fvov. Ze doen vrijwel nooit aan ledenraadplegingen, ook niet in het post-PO-in-Actie-tijdperk. 12 juni 2019 vroegen ze via de mail naar het pensioenakkoord, en in augustus 2018 naar de nieuw afgesloten cao VO. Allemaal achteraf dus.

Dit vind ik dus probleem nummer 1. De overheid kan zeggen onderhandeld te hebben met ‘het veld’, terwijl veel leden van de Fvov dus helemaal niet weten dat er in hun naam onderhandeld is. Foute boel.

Probleem #2 Groupthink

Waarom zijn die ledenraadplegingen nou zo belangrijk? 

Ooit sprak ik een insider en die schetste het als volgt. Er is een kleine club mensen die elkaar iedere dag aan allerlei verschillende onderhandelingstafels tegenkomen. Als je bij de ene tafel boos wegloopt, dan zie je elkaar bij een volgende tafel in de middag weer.

Group Think, oftewel groepsdenken, ligt dan op de loer.

‘Groepsdenken is een denkwijze die plaatsvindt bij mensen die nauw met elkaar samenwerken, daarbij een hechte groep vormen en die zoveel waarde hechten aan een unanieme mening, dat deze unanimiteit belangrijker wordt geacht dan een kritische rationele instelling.[5]De groepsleden leggen meer nadruk op het ‘wij’-gevoel en zullen daardoor minder gemakkelijk kritiek uiten of informatie die de groepsvisie tegenspreekt, van zowel binnen als van buiten de groep, toelaten.[6]Er ontstaat in het meest extreme geval een soort geloofsgenootschap die overtuigd is van zijn eigen gelijk, ongeacht de feiten.[7]’ (Bron, Wikipedia)

In De Sluipende Crisis schetste ik dit aan de hand van het lerarenregister. In 2012 was er overeenstemming tussen alle betrokken partijen, en voor kritische, rationele kritiek was er geen plek – zelfs niet als die bijv. via de Raad van State gegeven werd. 

Een recenter voorbeeld zie je bij Curriculum.nu. Wat vrijwel niemand weet is dat curriculum.nu een coördinatiegroep heeft, bestaande uit – juist – allerlei polderpartijen zoals de vakbonden en de sectorraden. Zij hebben ooit het lumineuze idee opgedaan dat Curriculum.nu moet leiden tot 70% voorschrift en 30% vrije ruimte voor de scholen. Alle voorstellen die nu gepubliceerd moeten dus invulling geven aan de 70% die de overheid aan curriculum mag voorschrijven.

Er zijn allemaal ernstige bedenkingen te verzinnen bij dit idee. Vanuit juridisch oogpunt is onduidelijk hoe dit zich verhoudt tot de vrijheid van onderwijs, kerndoelen en eindtermen. Maar ook, waar komt deze verdeling vandaan? Waarom niet 50-50, of 71,5 – 28,5%? Maar ja, iedereen die hier kritiek op heeft, die begrijpt het gewoon niet goed. Maar dit uitleggen of onderbouwen kan men het ook niet.

En de grote vraag in het kader van dit stuk is dan ook, aangezien Fvov deelneemt in deze regiegroep: wat betekent dit voor de vakken. Wat betekent dit voor mijn vak wiskunde? Waarom was de rol van de vakorganisaties überhaupt zo beperkt in de grote curriculumherziening? En waarom is Fvov daar dan niet demonstratief voor gaan liggen? 

Ledenraadplegingen zijn juist goed om dit type groepsdenken, zo niet geloof, te doorbreken. De AOb zette wel zo’n ledenraadpleging uit naar aanleiding van de eindproducten van Curriculum.nu. Fvov stond –- als lid van de coördinatiegroep – superonafhankelijk direct te juichen, terwijl je als vertegenwoordiger van een aantal vakorganisaties toch iets anders mag verwachten?

Probleem #3 Twee handtekeningen onder een convenant zijn genoeg.

Een convenant is rechtsgeldig als twee vakbonden tekenen. CNV Onderwijs, als klassiek polderinstituut, tekent altijd. Zij zien zichzelf ook niet als vakbond, maar meer als een vakvereniging. Fvov tekent niet zo consequent, maar regelmatig toch ook. Liesbeth Verheggen, tekende daarom afgelopen vrijdag het akkoord,  buiten haar mandaat om, uit angst om uitgesloten te worden van de onderhandelingstafel. Dat kostte haar de kop.

Maar Fvov tekende dus ook. Pas gisteravond stuurden ze alsnog een ledenraadpleging. Maar wat mij betreft veels te laat.

Het voelt bijna gek om hier nogmaals op te wijzen, maar het lerarentekort hangt als een zwaard van Damocles heel Nederland over het hoofd. Het drama van wat iedereen te wachten staat voltrekt zich nu al in de grote steden. Incidentele middelen (zoals afgelopen vrijdag afgesproken) zijn niet genoeg om het tij te keren. Sterker nog: iedere incidentele investering wordt gebruikt om het onderwijs steeds meer neer te zetten als een rupsje-nooit-genoeg. Dus je ondergraaft er ook nog eens al die hardwerkende leerkrachten mee die je zou moeten vertegenwoordigen.

Structurele investeringen zijn nodig, en daarom moet je als vakbond met het mes op tafel. Niet alleen bij AOb, maar ook bij Fvov. Ze zouden moeten werken aan de stakings- en actiebereidheid om dit kabinet nog met meerdaagse stakingen om de oren te kunnen slaan. 

Maar ik zie daar dus niks van.

Dus wat nu?

  1. Als je – onbewust – lid bent van Fvov: Je hebt gisteravond een mail ontvangen over om al dan niet in te stemmen met een staking, en al dan niet met dit akkoord. Vis het uit de spambox, en vul het naar eer en geweten in, zou ik zeggen.
  2. Als je je ongemakkelijk voelt bij je stilzwijgende lidmaatschap dan kun je dit aangeven bij de vakvereniging. Zij kunnen dit dan ontkoppelen. Het kost je iets meer.
  3. Het zou goed zijn als Fvov zich eens gaat beraden over hun koers met het oog op het lerarentekort.